De geschiedenis van een leven met katten........
Sinds 2004, kan ik zeggen dat mijn droom werkelijkheid is geworden. Zoals zo vaak het geval is, heeft het jaren geduurd om zover te komen. Een eigen Cattery. Vroeger hadden we bij ons thuis een huis tuin en keukenkat. Ik weet nog goed dat mijn vader de kattenbak verschoonde met oude kranten en zand. Daarna kwamen de kattenkorrels in de winkel en kochten we Foetsie-bah. Maar de poes ging dood. Ik was toen vijf jaar en weet daar verder niets meer van. We zijn toen een lange tijd kat-loos geweest. Maar zodra ik buiten een kat zag lopen, was dat in mijn ogen een zielige zwerfkat. Dus al gauw werd er een doos voor hem gehaald, een schaaltje melk en een dekentje. Want, zo wist ik zeker, poes had het koud, poes was heel zielig. Meestal sprongen ze direct uit de doos, lieten de melk staan en zat ik gefrustreerd op de koude grond van ons portiek. Toen, op een dag in Maart, ik was twaalf jaar, kwam ik uit school. Zoals gewoonlijk was mijn moeder thuis, maar dit keer ook mijn vader. Dat was iets om ongerust over te zijn, want mijn vader was nooit ziek, werkte in ploegendienst en had voor zover ik wist geen vrije dag. Dus de vraag wat er aan de hand was, was gauw gesteld. Mijn vader zei niets, maar zijn gezicht straalde. Nietsvermoedend gooide ik mijn jas op de bank en daar lag een wit levend bolletje wol. Ik weet nog dat de tranen me in de ogen sprongen. Zo overweldigend lief. Mijn ouders hadden als verrassing een Siameesje gekocht. Een Seal-point. We noemden hem Michel. Dat was Michel de eerste. Er zouden er nog twee volgen.
Mijn eerste ontmoeting met een raskat

Het was een heel bijzonder dier. In die tijd kostte hij 200 ouderwetse guldens. Dat was een voor ons niet voor te stellen bedrag. Het was een schatje. Hij kon apporteren, liep buiten aan een lijntje mee, en ging ook mee boodschappen doen. Hij zat dan in het karretje. Daar was niet iedereen van gediend, maar daar begrepen wij helemaal niets van. Het was geen gewone kat, het was Michel!!!
Toen hij 9 maanden was, moest hij gecastreerd worden. Dat was een week voor Sinterklaas. Ik zou samen met mijn vader naar de dierenarts gaan. Op de brommer. Michel in een grote weekendtas, bij mij op schoot en ik achterop bij pa. Dat ging goed tot mijn vader de brommer startte. Vol gas reed hij weg, en de tas op mijn schoot leek gevuld met een orkaan. Michel wilde eruit. Hij was zo wild, dat hij de rits kapot klauwde, en ik mijn hand op het ontstane gat moest houden. Michel was een monster geworden. Hij klauwde de binnenkant van mijn hand open en gaf het niet op. Ik hield mijn hand ook op de plaats van het gat en hoopte dat we er snel zouden zijn. Er moeten mensen zijn in onze woonplaats die een over de weg stuivende brommer met achterop een huilend gillend kind en een heftig bewegende tas kunnen herinneren.

Bij de dierenarts werd Michel nog ten afscheid gekust door mij. Ik begreep het wel. Hij was gelijk weer rustig en verdween achter een deur. Toen pas voelde ik de brandende pijn in mijn hand. Mijn vader schrok enorm en tufte direct met mij naar de EHBO van het ziekenhuis, waar ik een tetanusinjectie kreeg, en de wonden werden schoongespoeld en verbonden. De volgende dag mocht Michel worden opgehaald. We kregen hem overhandigd in een tas met de mededeling dat hij nog onder narcose was en dat hij thuis voor de kachel gezet moest worden met de rits open. Hij zou er dan vanzelf weer uit wandelen. Ik weet nog hoe bang ik was dat hij onderweg ineens wakker zou worden en zou beseffen dat hij weer op die rotbrommer zat. Met alle gevolgen van dien. Thuisgekomen werd Michel voor de heerlijk warme kolenkachel gezet. Mijn vader deed de rits open en daar lag hij. Rustig ademhalend op zijn zij. De hele verdere dag bleven we naar hem kijken. Maar toen werd het bedtijd. Michel was nog steeds niet wakker. Mijn vader had nachtdienst en vertrok om tien uur 's-avonds. Mijn moeder keek regelmatig bij Michel. Door onze zorgen voor hem werden we allemaal vroeg wakker. Mijn vader was net thuis. Het zal rond half zeven zijn geweest. Het was doodstil in huis. Toen ik de kamerdeur opendeed, zat mijn vader gehurkt voor de tas. Hij had zijn jas nog aan. Hij zei niks....hij huilde. Michel was dood. Sectie heeft uitgewezen dat hij is doodgegaan door een inwendige bloeding als gevolg van de castratie. De dierenarts vond het pech hebben. Wij waren ontroostbaar.

We waren er goed ziek van. Ik zat net in de brugklas van de middelbare school en mijn vriendin zag mij huilend op de fiets. Ik weet nog goed dat ze zei dat ze zich niet voor kon stellen dat ik huilde om een dier! Het is toch maar een dier !!! Ik was heel verbaasd , geschokt en teleurgesteld om dat te horen. Jaren later, toen we al lang en breed getrouwd waren en kinderen hadden heb ik haar er nog wel eens naar gevraagd. Het antwoord was eerlijk: Ze zei dat ze in die tijd jaloers geweest was op ons omdat wij een huisdier hadden en zij dat van haar ouders niet mocht. Ja, ja, zo kom je nog eens iets te weten. Ons huis was nu katloos en leeg. Het liep alweer tegen sinterklaas, toen ik op een dag thuiskwam uit school en voor ik mijn jas uit had mijn schoolverhaal al wilde beginnen. Ik wou net op de bank ploffen, toen mijn vader schreeuwde, KIJK UIT !!! Ik schrok me rot en keek om, om te zien waar ik voor uit moest kijken. Daar lag een schattig, lief wit bolletje met donkere puntjes aan zijn staart en neus en pootjes. Daar lag een nieuw Siameesje..

Natuurlijk wilde ik gelijk met hem spelen, maar mijn vader zei dat we voorzichtig met hem moesten zijn, want hij was niet helemaal goed. Ik zag al gauw wat hij bedoelde, want het beestje sleepte met zijn achterlijf. Het bleek dat mijn ouders een nieuw Siameesje uit het nestje mochten kiezen voor de halve prijs. Natuurlijk was dat bovenop Michel I, de dierenartskosten en nu weer een nieuwe, een rib uit hun lijf, maar we konden niet los komen van het verdriet om onze eerste Michel. Twee dagen voor ze hem konden ophalen werden ze door de eigenaar gebeld met de mededeling dat hun dochtertje bovenop het poesje was gevallen en dat hij nu een verlamd achterlijf had. Mijn ouders balen natuurlijk. Er mocht nog iets van de prijs af, en de dierenarts had gezegd dat het weer helemaal goed zou komen. Daar op vertrouwend hebben ze de knoop doorgehakt, en lag onze nieuwe half verlamde aanwinst als een bolletje wol bij ons op de bank. Hoe zullen we hem noemen?" vroegen mijn ouders. In koor riepen mijn zussen en ik: MICHEL, en daar was dus onze Michel II.

Michel de Tweede heeft iets heel bijzonders meegemaakt, wat een enorme indruk op ons heeft gemaakt. Zijn lijf werd weer gezond, al bleef hij op zijn rug altijd een gevoelige plek houden als we daar te ruw overheen aaiden. Maar hij was lief !!! Hij liep aan een tuigje, en trots paradeerden we met hem over straat. Hij was een bezienswaardigheid, en wij als kinderen stegen natuurlijk in achting bij onze leeftijdsgenootjes. Ook ging hij mee naar de winkel. We moesten daarvoor een heel groot kruispunt oversteken. Natuurlijk stopte Michel altijd midden op het zebrapad om eens rustig om zich heen te kijken. Dat hield te veel op, dus tilden we hem als een koning over het kruispunt, en zetten hem aan de overkant weer neer. We werden veelvuldig nagekeken en aangesproken. Al die aandacht was natuurlijk heerlijk, en vaak vroegen we aan mijn moeder of ze nog een boodschap had, zodat wij weer een excuus hadden om met Michel naar de winkel te gaan. In die tijd, we spreken over eind jaren zestig, begin zeventig, mochten wij Michel gewoon meenemen in de winkel, en hij mocht ook in het karretje. Meestal hadden we geen karretje nodig voor die ene boodschap, maar Michel liep dan keurig met ons mee door alle paden van de winkel. De man bij de groenteafdeling toonde altijd een bijzondere belangstelling voor hem, en bracht ons vaak in verlegenheid door te beginnen over wat er onder Michel zijn staart hing. Hij was nog niet gecastreerd en zijn donkere balletjes staken prominent af tegen zijn lichte vacht. Wij vonden dat heel vervelend en werden er heel verlegen van als de groente boer er een opmerking over maakte. "Kijk" riep hij als hij ons in de gaten kreeg "Daar gaat die kat weer, met een dropje onder zijn staart." We probeerden hem altijd te ontlopen, maar dat lukte niet altijd.

In die tijd werden wij in onze woonplaats opgeschrikt door een moord. De hele stad was in rep en roer. Een man had in een flat een vrouw gewurgd, en liet later weten dat er nog meer zouden volgen. Dat liet hij de politie weten, door telkens briefjes te sturen die waren samengesteld door letters uit de krant samen te plakken tot een brief. Iedereen was bang, maar wij niet. het was wel spannend allemaal. Iedereen had het er over, en onze buurvrouw was er bijna zeker van dat zij de volgende zou zijn. Zij bleef voorlopig binnen. Iedere dag stond er wel iets over in de krant. Maar ons leven ging over school, en vriendjes, en paarden, en onze Michel. Wij maakten ons dagelijkse loopje naar de winkel en showden onze prachtige Siamees aan het winkelende publiek. De groenteman had het nog steeds over het dropje, en pakte hem nu af en toe op om te aaien. Michel liet dat toe, en was de dikste maatjes met hem. En toen, op een avond ging de bel. Mijn moeder deed open, en we hoorden een hoop gegil in de gang. Ze hebben hem, ze hebben hem !!!! hoorden we roepen. Wij als een speer naar de gang natuurlijk om mee te luisteren. Daar stond onze buurvrouw. Tranen liepen over haar wangen. O, buurvrouw zei ze tegen mijn moeder. Het is zo erg. Ze hebben hem, en weet je wie het is???? Het is die groenteboer van de super !!!

Wij stonden als aan de grond genageld en ons hart bonsde zowat uit ons lijf
De groenteboer was de moordenaar, en degene die dreigbriefjes stuurde naar de politie. De groenteboer, die onze Michel intussen steeds oppakte, en aaide, en tegen hem praatte. We konden er niet over uit. Iedere keer als we naar Michel keken, moesten we denken aan het feit, dat hij was geknuffeld door een moordenaar. Het was het gesprek van de dag. De moordenaar is nooit veroordeeld, want enige tijd later stuurde de politie het bericht naar de krant, dat hij zichzelf in de cel had verhangen.

Het nieuws ging als een lopend vuurtje door de stad, en wij werden natuurlijk nog interessanter omdat wij de moordenaar hadden gekend, en omdat hij zo vaak aan Michel had gezeten. Heel spectaculair natuurlijk. Maar aan alles komt een eind. Ook hier was op een gegeven moment niets meer over te vertellen. Het leven ging weer verder en onze dagelijkse beslommeringen werden weer belangrijk. Toen naderde de datum, waarop onze Michel de Tweede gecastreerd moest worden. Dat was natuurlijk een angstig moment. Toch ging ik weer met mijn vader en Michel achter op de brommer naar de dierenarts. Alleen had mijn vader nu een mooie kattentas gekocht, waar hij in kon. Er zat een raampje in, die door de stress al snel besloeg, maar mijn handen kon hij niet meer openhalen. Toen we hem weer konden ophalen van de dierenarts, zaten we allemaal in spanning te wachten tot hij uit de tas zou kruipen. Wat waren we blij en opgelucht, toen hij helemaal dronken en slungelend uit die tas kroop. Hij leefde, en alles was in orde. Hij was zijn "dropje" kwijt, en zo verloren we de herinnering aan de groenteboer. Het is altijd een hele bijzonder knuffelkat gebleven. helemaal gehecht aan mijn vader. Ze waren gek op elkaar. Ik heb mijn vader maar 1 keer boos op hem gezien.
Wanneer hij middagdienst had, dan moesten wij tussen de middag om twaalf uur warm eten. Na het eten ging mijn vader dan nog een half uur op de bank slapen, en dan moest hij werken. Iedere keer als mijn vader op de bank ging liggen, sprong Michel erbij, en ging lekker bij zijn hoofd liggen. Zo ook die dag. Het duurde niet lang, of mijn vader was diep in slaap. Waarom Michel het deed weten we niet, maar volkomen onverwacht en uit het niets beet hij mijn vader keihard in zijn neus. Het bloed stroomde er uit, en mijn vader gaf Michel in een reflex een flinke dreun op zijn kop. Grote consternatie natuurlijk. Mijn vader klaarwakker met een bloedende neus, en een tollende kat die niet wist wat hij fout had gedaan. Wij gingen Michel troosten, en mijn moeder hielp mijn vader, die later vol schuldgevoel Michel weer probeerde te paaien.

Maar die was erg geschrokken van de onverwachte uitval. Die dacht natuurlijk...Wat heb ik nou aan mijn fiets hangen, lig je lekker te slapen, wil je even aan de neus van de baas knagen, krijg je ineens een knal voor je kop. Ja, doei! Het heeft heel wat vis, en kip en lieve woordjes gekost om zijn vertrouwen terug te winnen. Gelukkig is dat wel weer gelukt, maar Michel is noooooit meer op de bank bij mijn vader gaan liggen. Ik heb heel wat verwoede pogingen van mijn vader gezien om hem weer de bank op te lokken, maar tevergeefs. In ieder geval groeide hij verder voorspoedig op en was hij een kameraad van ons allemaal. En toen werd het 1985. Ik was inmiddels getrouwd, en onze eerste zoon was geboren. En zo waren alle kinderen uit huis gevlogen en woonden mijn vader en moeder weer alleen. Ze hadden altijd al gezegd dat ze later, als wij allemaal zelfstandig waren, ze weer graag naar hun geboortegrond wilden verhuizen. Naar het hoge noorden. En ja hoor, op een dag kregen ze te horen, dat ze een huis konden huren in hun geliefde Groningen, en dat het huis een garage had, en een mooie grote tuin. Michel was inmiddels vijftien jaar oud, en gewend op een flat. Na lang beraad is besloten om Michel niet mee te nemen. Wij zouden hem overnemen van mijn ouders. Wij woonden toen ook op een flat, en Michel kende mij ook door en door. Zo gezegd, zo gedaan, en dat ging allemaal prima. Uiteindelijk is Michel de Tweede 18 jaar geworden. op een dag kon hij niet meer lopen, en was hij net zoals hij zijn leven begon, verlamd aan zijn achterlijf. Dit keer kwam het niet meer goed, en hebben we hem laten inslapen. ik weet nog goed, dat ik geen woord meer kon uitbrengen bij de dierenarts. Huilen, tranen met tuiten. Daar lag onze Michel de Tweede. Stil en koud. Dag lieverd.
![]()
Mijn ouders hadden het heel erg naar hun zin. Het huis beviel goed, de tuin was prachtig, en wij konden als we op bezoek waren bessen, bramen en frambozen plukken. Mijn vader kwakkelde wel wat met zijn gezondheid, en kon en deed wat minder in de loop der jaren. Op zijn verjaardag gaven mijn man en ik hem een video cassette. Zijn ogen begonnen te glimmen. Wat had dat te betekenen? Een verrassing. Op de video, stonden wij met in ons handen een klein kitten Siameesje. Mochten ze het echt willen en aankunnen, dan kwam hij over een maand bij hun. Mocht het niet gaan, dan kwam hij bij ons. Geweldig natuurlijk. Mijn vader helemaal blij. Mijn moeder een beetje bezorgd. Hoe moet het dan met die kattenbak enzo, en hoe moet het dan met die tuin. Mijn vader beargumenteerde alle bezwaren weg en een maand later werd het kitten bij hen afgeleverd. Nu in het bijzijn van niet alleen de kinderen, maar ook de kleinkinderen. En hoe moet hij heten? Natuurlijk.........MICHEL. We hadden een Michel de Derde in de familie. Een lekker speels ding waar veel plezier aan werd beleefd. Nooit ziek, en de grote vriend van mijn vader. Waar mijn vader was, daar was Michel, waar mijn vader lag, daar was Michel. In de tuin, in de garage, buiten op het pleintje, Michel ging mee. Ze hebben daar een heerlijke tijd gehad. Maar de gezondheid van mijn vader liet te wensen over. Er werd gekeken naar een ander huis. Gelijkvloers, en wat minder kamers. En zo zijn ze verhuisd. Een leuk gezellig flatje op de eerste verdieping, met een lift en alles wat kleiner. Michel verhuisde mee. Dit ging prima. Als we op bezoek kwamen, dan lag Michel altijd bij mijn vader. Ook ging hij wel eens met mijn vader buiten wandelen. Dat was altijd een leuk gezicht. Helaas begon mijn vader zo te kwakkelen dat er een bed in de kamer moest komen. Michel lag altijd aan het voeteneind. Het liefst onder de dekens. Dit heeft eigenlijk een paar jaar geduurd. In die tijd moest mijn vader ook regelmatig naar het ziekenhuis. Soms voor een paar dagen, soms voor een langere tijd. Michel was dan vaak alleen, maar hij had zijn natje en zijn droogje, en als mijn vader weer terug was , was hij helemaal blij en nam hij zijn plekje op bed weer in. En toen kwam de dag, op 21 december 2000, dat mijn vader niet meer terugkwam. Mijn lieve vader was overleden. Hoe het kan weet ik niet, maar de vacht van Michel viel uit, en hij stopte met eten en drinken. Een week na mijn vaders overlijden was Michel de derde dood.

Bedankt Michel I, bedankt Michel II, bedankt Michel III voor alle liefde, plezier en vertrouwen.
Het jaar voor het overlijden van mijn vader, dat was 1999, begonnen wij zelf ook na te denken over het hebben van een kat. Onze kinderen waren wat groter, en het leek ons heerlijk om wat kattenleven in de brouwerij te hebben. Maar wat voor kat moest het worden????? En.....zou ik een cattery kunnen beginnen???? Eerst maar eens naar de bibliotheek. Daar heb ik heel wat boeken gehaald over de kat en zijn verzorging, en over de verschillende rassen en hun kenmerken. Uiteindelijk bleef ik bij de Burmees hangen. Vooral de karakteromschrijving en het koppie spraken mij zeer aan. De bijgaande foto deed mij denken aan onze Michel de Eerste. Na een poosje denken en overleggen besloten we om voor een Burmees te gaan. En dan natuurlijk een kater want die cattery zou er vast nooit komen. Bij Blue Velvet's in Zeeland hadden ze een Lilac kitten te koop en toen we gingen kijken waren we gelijk verkocht. Wat klein, en wat lief, en wat zacht, en wat mooi. Alleen gekeken met ons gevoel dus, en niet op een zakelijke manier. Ach, een mens moet alles leren nietwaar. We noemden hem Julius en het was nog een kerstkatje ook. Geboren op 26 december 1999. O, die Julius, onze lobbes, onze lieveling. En aangezien alleen maar alleen is, hadden we een paar maanden later een Chocolate katertje erbij uit Lelystad. Hij heet Roenie, onze mooie grote gespierde stabiele rots in de branding. Mijn vader is in het jaar van zijn overlijden nog 1 keer op reis geweest naar ons huis, en zo heeft hij nog kunnen kennismaken en knuffelen met onze katten. Hij vond ze prachtig. We hebben daar nog hele mooie foto's van. Dat is dus een mooie blijvende herinnering. En toen, een paar jaar later, ben ik me toch maar eens gaan verdiepen in het hebben van een cattery. Dat heeft geresulteerd in de aankoop van onze bruine Burmees Rikkie, die in 2004 haar eerste nestje heeft gekregen. Cattery Sparkling Dreams was geboren. Hoe het met onze kanjers gaat en wat ze thuis bij ons beleven kunt u verder lezen op de pagina over onze katten.
En zo is het gekomen.
![]()

